Historische Psalmen

Psalm 114

De uittocht uit Egypte

Gods trouw in de geschiedenis · 1773

Lezen

Vers 1

Toen Israël 't Egyptisch rijksgebied,
En 't volk zo vreemd van aard en taal, verliet,
Werd Juda God ter woning;
Hij wijdde zich dit volk ten heiligdom
En stichtte daar den troon, dien Hij beklom
Als Isrels God en Koning.

Vers 2

Dit zag de zee met bevend' ogen aan,
En vlood terug; de bruisende Jordaan
Werd achterwaarts gedreven;
Het hoog en laag gebergt' sprong op in 't rond,
Als 't wollig vee, dat dartelt op den grond,
En deed de velden beven.

Vers 3

Wat was 't, o zee, dat u zo vluchten deed?
En gij, Jordaan, wat angst, wat prangend leed,
Kon u teruggedringen?
Gij bergen, en gij heuvels, wat gerucht
Deed u met schrik dus steig'ren naar de lucht,
Als lammeren, die springen?
Inzicht & verdieping
Stel een vraag

De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.

AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.