Psalm 132
De belofte aan David
De pelgrimsreis · 1773
Vers 1
Gedenk den duur gezworen eed,
Dien hij, o HEER, U plechtig deed;
Dien eed, waarmee zijn hart en mond
Aan Jacobs God zich dus verbond:
Vers 2
Of klimm' op mijne legersteê;
Zo ik ter nachtrust ga in vreê,
Zo ik de sluim'ring zelfs geheng',
Totdat ik dezen eed volbreng':"
Vers 3
Gevonden hebb' te Zijner eer,
Waar Jacobs Machtige verkeer',
En Hij, naar mijn gemaakt bestek,
Zijn vaste woningen betrekk'."
Vers 4
En werd in Efratha gehoord;
Wij vonden haar in Jaärs oord,
In 't bosrijk veld van Kiriath,
Dat God dusver verkoren had.
Vers 5
Ons buigen, waar Zijn troon zal staan,
En bidden voor Zijn voetbank aan.
Sta op tot Uwe rust, o HEER,
Met d' arke van Uw sterkt' en eer'.
Vers 6
Uw priesters met gerechtigheid;
Uw gunstvolk juich', door U geleid;
Versmaad hem, dien Gij zalven liet,
Om Uwen knecht, om David, niet.
Vers 7
De HEER, die van geen wank'len weet,
Aan David enen duren eed:
"Ik zal", dus sprak Hij, "uwen Zoon
Eens zetten op uw glorietroon."
Vers 8
En 't vast getuig'nis van Mijn mond,
Dat Ik hun leer ten allen stond;
Dan is hun 't rijksbestuur bereid,
Op uwen troon, in eeuwigheid."
Vers 9
't Wordt met Zijn woning hoog vereerd;
"Hier", sprak Hij, die het al beheert,
"Hier zal Ik wonen naar Mijn lust;
Hier is in eeuwigheid Mijn rust."
Vers 10
Hier zeeg'nen op de ruimste wijs;
Hier zal Ik, Mijnen naam ten prijs,
De priesters met Mijn heil bekleên,
En 't volk doen juichen weltevreên."
Vers 11
Een hoorn van rijkdom, eer en macht
Doen rijzen uit zijn nageslacht.
'k Heb Mijn gezalfden knecht een licht,
Een held're lampe toegericht."
Vers 12
Mijn hand, Mijn onweerstaanb're hand,
Zal hem bekleên met schaamt' en schand';
Maar eeuwig bloeit de gloriekroon
Op 't hoofd van Davids groten Zoon."
Achtergrond
Psalm 132 is een bijzondere psalm die geschreven is door David, de tweede koning van Israël. In deze psalm vraagt David God om herinnering aan zijn eed om een rustplaats te vinden voor de Ark van het Verbond. De psalm heeft een diepe historische en theologische achtergrond en is verbonden met de Pelgrimsreis naar Jeruzalem.
Kernboodschap
De kernboodschap van Psalm 132 is dat God zijn volk wil zegenen en leiden, maar dat Hij ook verwacht dat zijn volk Hem zal dienen en eer zal brengen. De psalm spreekt over de verantwoordelijkheid van de koning en de priesters om God te dienen en Zijn volk te leiden. De psalm roept ook op tot een diepe verering en aanbidding van God.
Voor vandaag
Vandaag kunnen wij Psalm 132 toepassen door ons te richten op de verering en aanbidding van God. Wij kunnen ons verantwoordelijk voelen om God te dienen en Zijn geboden te volgen. Wij kunnen ook bidden voor onze leiders en priesters dat zij God zullen dienen en Zijn volk zullen leiden. Door Psalm 132 te bestuderen, kunnen wij een dieper inzicht krijgen in de verhouding tussen God en zijn volk.
Verdiepingsvragen
Hoe kan ik mijn relatie met God verdiepen door middel van aanbidding en verering?
Welke verantwoordelijkheden heb ik als volgeling van God om Hem te dienen en zijn geboden te volgen?
Hoe kan ik bidden voor mijn leiders en priesters dat zij God zullen dienen en Zijn volk zullen leiden?
De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.
AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.