Psalm 31
In uw hand beveel ik mijn geest
Lijden en opstanding · 1773
Vers 1
Op U, gelijk ‘t betaamt;
Ai, laat mij nooit, beschaamd,
Van Uwen troon teruggekeren;
Help mij, op mijn gebeden,
Door Uw gerechtigheden.
Vers 2
Schiet haastig toe; dat mij
Uw naam een rotssteen zij;
Een huis, een welgesterkte toren,
Die, op een klip verheven,
Mij veiligheid kan geven.
Vers 3
Mijn rots, mijn burcht, o HEER!
Ja, Uwen Naam ter eer,
Zult Gij mij tot een herder wezen.
Mijn Helper, scheur de netten,
Die z' in 't verborgen zetten.
Vers 4
Gij, God der waarheid, Gij,
O HEER, verlostet mij.
Ik haat hen, die het reukwerk branden
Ter eer van valse goden;
Op U steun ik in noden.
Vers 5
Gij hebt mij aangezien,
En hulpe willen biên
In mijn verdrukking en mijn lijden;
Toen, in mijn zielsellende,
Uw aangezicht mij kende.
Vers 6
Noch mij, van allen kant,
Benauwd door 's vijands hand;
Neen, 'k heb Uw trouwe hulp genoten:
Gij deedt met vaste schreden,
Mij in de ruimte treden.
Vers 7
Verhoed mijn ondergang;
Ik ben beklemd en bang;
Het zwaar verdriet doorknaagt mijn ogen;
Het doet mijn ziel bezwijken,
En 's lichaams krachten wijken.
Vers 8
Mijn tijd wordt dag aan dag
Versleten in geklag;
Ik voel mijn krachten mij begeven
Door zonden, die met plagen
Mijn beend'ren fel doorknagen.
Vers 9
Verwekken mij elks haat
En mijner buren smaad;
'k Ben tot een schrik, mijn vrienden vluchten;
Daar z', om mijn blaam en lijden,
Mij op de straten mijden.
Vers 10
En word niet meer geschat,
Dan een bedorven vat;
'k Hoor hoeveel kwaads mij wordt verweten;
Waar zou ik veilig wezen?
'k Heb van rondom te vrezen.
Vers 11
Besluiten zij mijn dood.
Maar, HEER, 'k vertrouw in nood
Op U; dit doet mij sterkte vinden;
'k Mag, met gelovig roemen,
U mijn Verbondsgod noemen.
Vers 12
'k Verlaat mij in mijn leed
Op U alleen, Die weet
De maat en 't einde van mijn lijden;
Red mij van wie verbolgen,
Ter dood toe mij vervolgen.
Vers 13
Zie op Uw dienstknecht neer;
Verlos mij toch, o HEER;
Doe mij nooit voor mijn haat'ren zwichten;
Beschaam niet, laat niet zuchten,
Dien Gij tot U ziet vluchten.
Vers 14
Verstom hen in den dood.
Och, of Uw almacht sloot
De valse lippen van die bozen,
Die, stout en trots, verachten
Hen, die Uw wet betrachten.
Vers 15
Hem, wiens oprechte geest
Op U betrouwt, U vreest!
Hoe groot is 't heil, dat G' in dit leven,
Ver boven beed' en wensen,
Reeds wrocht voor 't oog der mensen!
Vers 16
Gij bergt hen in het licht,
Van 't Godd'lijk aangezicht,
Daar zij geen leed van trotsen vrezen;
Een hut, waarin zij 't woelen,
Den twist der tong niet voelen.
Vers 17
Aan mij heeft groot gemaakt;
Die voor mijn welstand waakt:
Zijn oog slaat mij in liefde gade;
Hij wil mij heil bereiden;
Mij in een vesting leiden.
Vers 18
En door de vrees gejaagd,
Weleer te ras geklaagd:
"'k Ben afgesneên van voor Uw ogen";
Dan nog woudt G' U ontfermen,
Toen Gij mij hoordet kermen.
Vers 19
Den HEER, Die vromen hoedt,
En straft het trots gemoed.
Zijt sterk; Hij zal u niet verstoten:
Hun geeft Hij moed en krachten,
Die hopend op Hem wachten.
Achtergrond
Psalm 31 wordt toegeschreven aan koning David en reflecteert op zijn ervaringen van lijden en verlossing. Historisch gezien wordt aangenomen dat David deze psalm schreef tijdens een periode van vervolging, mogelijk tijdens zijn vlucht voor koning Saul. Theologisch biedt deze psalm een diepgaand inzicht in het thema van lijden en opstanding, waarbij de auteur zijn vertrouwen in God uitspreekt ondanks de moeilijkheden die hij doorstaat.
Kernboodschap
De kernboodschap van Psalm 31 is de kracht van vertrouwen en hoop in God tijdens periodes van lijden en verdrukking. De psalm belicht het belang van het zoeken van Goddelijke troost en redding, zelfs wanneer de omstandigheden hopeloos lijken. Door zijn vertrouwen in God te bewaren, kan de gelovige uiteindelijk verlossing en heil verwachten.
Voor vandaag
Voor de gelovige van vandaag biedt Psalm 31 een krachtige boodschap van hoop en vertrouwen. In tijden van moeilijkheid en onzekerheid kunnen we ons beroepen op Gods trouw en liefde, net zoals David deed. Door onze ogen op God te richten en ons vertrouwen in Hem te stellen, kunnen we kracht en moed vinden om onze uitdagingen te overwinnen en uiteindelijk Gods heil en redding te ervaren.
Verdiepingsvragen
Hoe kan ik, net als David, mijn vertrouwen in God bewaren wanneer ik word geconfronteerd met moeilijkheden en verdrukking?
Welke rol speelt het zoeken van Goddelijke troost en redding in mijn dagelijks leven, vooral in tijden van crisis?
Hoe kan ik de boodschap van hoop en vertrouwen uit Psalm 31 toepassen in mijn interacties met anderen, zodat ik hen kan bemoedigen en ondersteunen in hun eigen tijden van nood?
De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.
AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.