Psalm 80
Doe uw aangezicht lichten en wij zullen gered worden
Gods aangezicht · 1773
Vers 1
Die Jozefs kroost, door U verkoren,
Als schapen gunstig hebt geleid;
Die enen troon van heiligheid
U tussen cherubs hebt gesticht;
Verschijn weer blinkend met Uw licht.
Vers 2
Toon Benjamin Uw groot vermogen;
Verlos Manasse tot Uw eer;
Getrouwe Herder, breng ons weer;
Verlos ons, toon ons 't lieflijk licht
Van Uw vertroostend aangezicht.
Vers 3
Verwerpt Gij, toornig, onze klachten?
Hoe lang verlaat G' ons in den nood?
Gij spijst Uw volk met tranenbrood;
Gij drenkt het, in zijn jammerstaat,
Met tranen, uit een volle maat.
Vers 4
Zien w' ons aan onze nageburen,
Helaas, door U ten schimp gesteld,
Ons door hun twisten neergeveld;
Wij zien, daar ons hun haat vertreedt,
Hen spotten om ons harteleed.
Vers 5
Niet vruchtloos op Uw bijstand wachten;
Ga onzen haat'ren zelf te keer;
Getrouwe Herder, breng ons weer;
Verlos ons; toon ons 't lieflijk licht
Van Uw vertroostend aangezicht.
Vers 6
Gij bracht, o God, in vroeger dagen,
Uw wijnstok uit Egypteland;
Gij zelf hebt gunstig hem geplant,
Voor hem de volken uitgeroeid,
Hem plaats bereid, hem mild besproeid.
Vers 7
De bergen werden door zijn loten,
Als waren 't ceed'ren, overdekt;
Hij heeft zijn ranken uitgestrekt,
In zijnen bloei en frissen staat,
Tot aan de zee, tot aan d' Eufraat.
Vers 8
Hem van Uw zorg en hulp verstoken?
Men plukt, men trapt hem met den voet;
Het boszwijn heeft hem omgewroet,
Het wild gediert' hem afgeweid,
Daar 't zich door 't ganse land verspreid.
Vers 9
Tot ons, die op Uw bijstand wachten;
Zie uit den hogen hemel neer;
Herstel Uw wijnstok als weleer,
Den stam ter liefd' Uws Zoons geplant,
Dien Gij gesterkt hebt door Uw hand.
Vers 10
Als Gij verwoest, wie zal dan bouwen?
Uw hand zij over 's mensen Zoon,
Dien G' U gesterkt hebt tot den troon.
Zo leven wij, door U bevrijd,
Altoos aan Uwen dienst gewijd.
Vers 11
Zo zullen w' ons voor afval wachten;
Zo knielen w' altoos voor U neer.
Getrouwe Herder, breng ons weer;
Verlos ons, toon ons 't lieflijk licht
Van Uw vertroostend aangezicht.
Achtergrond
Psalm 80 is een klacht- en smeeksalm waarin de dichter smeekt om Gods aangezicht en redding voor Israël. Historisch gezien kan deze psalm zijn geschreven in een tijd van verwoesting en ballingschap, waarin Gods aanwezigheid en redding noodzakelijk waren. Theologisch gezien gaat het om het thema van Gods afwezigheid en de menselijke behoefte aan Gods aanwezigheid en redding.
Kernboodschap
De kernboodschap van deze psalm is dat God nodig is om het volk te beschermen, te redden en te verlossen. Het volk smeekt God om zijn aangezicht te tonen en zijn licht te laten schijnen. De psalm drukt ook de diepe teleurstelling en het gemis van Gods aanwezigheid uit.
Voor vandaag
Vandaag kan deze psalm worden toegepast in situaties waarin mensen Gods aanwezigheid en redding nodig hebben. Het kan een bron van troost zijn voor mensen die zich eenzaam of verlaten voelen. Het kan ook een oproep zijn om Gods aanwezigheid te zoeken en te smeken om zijn licht en redding.
Verdiepingsvragen
Hoe kan ik Gods aanwezigheid en licht zoeken in mijn eigen leven?
Wat zijn de manieren waarop ik Gods afwezigheid kan ervaren en hoe kan ik hiermee omgaan?
Hoe kan ik anderen helpen die Gods aanwezigheid en redding nodig hebben?
De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.
AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.