Psalm 145
Zijn koningschap is van geslacht tot geslacht
Gods eeuwigheid · 1773
Vers 1
Ik zing, verheugd, Uw groten naam ter eer;
Ik zal den roem van Uwe majesteit
Verhogen tot in d' eindlooz' eeuwigheid;
'k Zal dag aan dag U eer en dank bewijzen.
De HEER is groot; al 't schepsel moet Hem prijzen;
Zijn grootheid streeft het kloekst begrip te boven.
Laat elk geslacht Zijn werk en almacht loven.
Vers 2
Den luister van Uw majesteit en roem
Verbreiden, en Uw wonderlijke daân
Met diep ontzag aandachtig gadeslaan.
Elks juichend hart zal Uw geducht vermogen,
De grote kracht van Uwen arm verhogen;
Ik zal mijn stem met aller lofzang paren,
En overal Uw grootheid openbaren.
Vers 3
Gedachtig aan den milden overvloed
Van Uwe gunst, die roemen bij elkeen,
En juichen van al Uw gerechtigheên.
De HEER is goed en vriend'lijk en weldadig,
Barmhartig, mild, lankmoedig en genadig;
Hij doet Zijn gunst aan allen klaar bemerken;
Zijn goedheid is verspreid op al Zijn werken.
Vers 4
Uw gunstvolk zal verblijd U zeeg'nen, HEER,
En roemen van Uw koninkrijk, Uw macht,
Uw heerlijkheid en Goddelijke kracht;
Om, waar zich 't hart ooit voelt in leerzucht blaken,
Uw heerlijkheid, Uw macht bekend te maken,
En d' eer Uws rijks, zo groot, zo hoog verheven,
Voor aller oor den hoogsten roem te geven.
Vers 5
Uw koninkrijk is eind'loos uitgebreid.
Gij ondersteunt hem, die voor 't onheil zwicht:
Wie nederstort, wordt door U opgericht.
't Ziet al op U; 't blijft alles op U wachten;
Gij sterkt door spijs, te rechter tijd, hun krachten;
G' ontsluit Uw hand, ontfermend en weldadig,
Opdat Uw gunst, al wat er leeft, verzadig'.
Vers 6
Zijn goedheid kent in 't gans heelal geen perk.
Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht;
Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht;
Dat ongeveinsd, in 't midden der ellenden,
Zich naar Gods troon met zijn gebeên blijft wenden;
Hij geeft den wens van allen, die Hem vrezen;
Hun bede heeft Hij nimmer afgewezen.
Vers 7
Maar Hij verdelgt, dien Hij godd'loos bevindt.
Mijn blijde tong zal roemen in den HEER,
En alle vlees zal juichen tot Gods eer.
Achtergrond
Psalm 145 wordt toegeschreven aan koning David en is een lofzang op Gods eeuwigheid en heerschappij. De psalm geeft een overzicht van Gods eigenschappen en handelingen, en roept de gelovigen op om Hem te loven en te verheerlijken. In de joodse liturgie wordt deze psalm vaak gelezen tijdens de sabbat en andere feestdagen.
Kernboodschap
De kernboodschap van Psalm 145 is dat God eeuwig en almachtig is, en dat Hij goed en vriendelijk is tegenover alle mensen. De psalm roept de gelovigen op om God te loven en te verheerlijken voor Zijn grote daden en Zijn onuitputtelijke goedheid. Door middel van deze psalm wordt de gelovige herinnerd aan de centrale rol van God in het universum en in het eigen leven.
Voor vandaag
Vandaag de dag kunnen we Psalm 145 toepassen door ons te richten op Gods eeuwigheid en heerschappij, en door ons te laten leiden door Zijn woord en Zijn Geest. We kunnen ons hart en onze ziel openstellen voor Gods liefde en goedheid, en ons verheugen in Zijn aanwezigheid. Door middel van lofprijzing en aanbidding kunnen we Gods naam verheerlijken en Zijn wil uitvoeren in ons eigen leven en in de wereld om ons heen.
Verdiepingsvragen
Hoe kan ik mijn leven meer richten op Gods eeuwigheid en heerschappij?
Welke aspecten van Gods karakter en handelen worden in Psalm 145 benadrukt, en hoe kunnen we deze toepassen in ons eigen leven?
Hoe kan ik mijn hart en ziel openstellen voor Gods liefde en goedheid, en hoe kan ik Zijn naam verheerlijken in mijn dagelijkse leven?
De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.
AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.