Psalm 7
God is een rechtvaardig Rechter
Gods oordeel · 1773
Vers 1
'k Betrouw op U, wien zou ik vrezen?
Red mij hulpvaardig uit den nood,
Eer mij mijn vijand breng' ter dood;
Geef mij ten roof niet in zijn handen,
Die mij, met felle leeuwetanden,
Verscheuren zou door wond op wond,
Wanneer ik geen verlosser vond.
Vers 2
Het boze stuk, mij aangewreven,
't Onkreukbaar recht ooit hebb' gefnuikt,
En een oneven schaal gebruikt,
Of kwaad voor goed hebb' toegewogen;
En mijnen vreêgenoot bedrogen;
(Hem heb ik zelfs 't gevaar ontrukt,
Die mij ten onrecht' had verdrukt;)
Vers 3
Mij volgen, ja geheel vernielen;
Hij roov' mijn leven en mijn eer,
En werp' mijn kroon ter aarde neer.
Sta op, o HEER, wil mij behoeden;
Uw gramschap straff' mijns vijands woeden;
Ontwaak voor mij, en keer 't geweld:
't Gericht hebt Gij zelf ingesteld.
Vers 4
Van volken om U heen vergâren
Beklim dan, boven dit gewoel,
Uw hemeltroon, Uw rechterstoel.
De HEER zal al de volken richten,
En 't onrecht voor het recht doen zwichten:
Geef dan, o HEER, dat voor elks oog
Mijn recht en vroomheid blijken moog'.
Vers 5
Een einde nemen, straf de bozen;
Maar sterk Uw volk, dat hulp behoeft,
Gij, die elks hart en nieren proeft.
Laat vrij voor U mijn vijand vrezen,
Voor U, rechtvaardig Opperwezen;
Bij U, mijn Bondgod, is mijn schild,
Die 't vroom gemoed behouden wilt.
Vers 6
God is rechtvaardig in Zijn richten.
En toont Zijn gramschap dag aan dag.
Bestrijdt de mens Zijn hoog gezag;
Blijft hij zich tegen Hem verzetten,
God zal Zijn glinst'rend wraakzwaard wetten;
Hij kromt en spant alreê Zijn boog;
En dreigt met pijlen van omhoog.
Vers 7
Tot 's vijands wissen dood geslepen;
Hij legt de pijlen op hem aan;
Wie hittig woedt, zal niet bestaan.
De boze wringt en kromt de leden,
ln arbeid van onzinnigheden;
Hij gaat van dwaze moeite zwaar;
Verwacht dan, dat hij leugen baar'.
Vers 8
Maar 't was, bij d' uitkomst, voor zichzelven.
Schoon hij, met zoveel loos beleid,
Dien had tot mijn verderf bereid;
De moeite, die hij dorst verwekken,
Zal zijnen kop eerlang bedekken.
En zijnen schedel al 't geweld,
Waarmeê hij and'ren had gekweld.
Vers 9
Zijn recht de schuldig' eer bewijzen,
En zingen 's Allerhoogsten lof,
Met psalmen, tot in 't hemelhof.
Achtergrond
Psalm 7 is een psalm van David, die zijn vertrouwen in God uitspreekt in een situatie van grote nood en bedreiging. De psalm is geschreven in een tijd van grote theologische en historische spanning, waarin de relatie tussen God en zijn volk werd uitgedaagd. De psalm geeft een diepgaand inzicht in de theologische opvattingen van David over Gods oordeel en rechtvaardigheid.
Kernboodschap
De kernboodschap van deze psalm is dat God de Rechter is die alle mensen zal oordelen en dat zijn oordeel rechtvaardig is. David vraagt God om hem te redden van zijn vijanden en om zijn recht te doen gelden. De psalm spreekt ook over de consequenties van de zonde en de vernietiging van de goddelozen.
Voor vandaag
Vandaag de dag kan deze psalmstillen ons bemoedigen om vertrouwen te stellen in Gods rechtvaardigheid en oordeel. We kunnen leren om ons vertrouwen niet te stellen in onze eigen krachten of inwerkingen van andere mensen, maar om ons te verlaten op Gods soevereiniteit en zijn vermogen om ons te redden. Deze psalm kan ons ook helpen om ons te realiseren dat Gods oordeel niet alleen iets is voor de toekomst, maar ook iets wat nu al plaatsvindt in ons leven.
Verdiepingsvragen
Hoe kunnen we onze vertrouwen in God uitspreken in tijden van grote nood en bedreiging?
Wat zijn de consequenties van de zonde en de vernietiging van de goddelozen in ons leven en in de wereld om ons heen?
Hoe kunnen we ons vertrouwen stellen in Gods rechtvaardigheid en oordeel in plaats van in onze eigen krachten of inwerkingen van andere mensen?
De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.
AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.