Psalm 25
Zijn verbond maakt Hij aan hen bekend
Het verbond · 1773
Vers 1
Tot U op, Gij zijt mijn God;
'k Heb op U vertrouwd in noden;
Weer van mij toch schaamt' en spot;
Dat mijn vijand nooit van vreugd
Om mij opspring'; Die U wachten,
Dekt nooit schaamt'; maar die de deugd,
Zonder oorzaak, stout verachten.
Vers 2
Door Uw woord en Geest bekend;
Leer mij, hoe die zijn gelegen,
En waarheen G' Uw treden wendt,
Leid mij in Uw waarheid, leer
IJv'rig mij Uw wet betrachten;
Want Gij zijt mijn heil, o HEER,
'k Blijf U al den dag verwachten.
Vers 3
HEER, waarop ik biddend pleit;
Milde handen, vriend'lijk' ogen,
Zijn bij U van eeuwigheid.
Sla de zonden nimmer ga,
Die mijn jonkheid heeft bedreven;
Denk aan mij toch in genâ,
Om Uw goedheid eer te geven.
Vers 4
God is recht, dus zal Hij door
Onderwijzing hen, die dwalen,
Brengen in het rechte spoor.
Hij zal leiden 't zacht gemoed
In het effen recht des HEEREN.
Wie Hem need'rig valt te voet,
Zal van Hem zijn wegen leren.
Vers 5
Waarheid zijn des HEEREN paân
Hun, die Zijn verbond en woorden,
Als hun schatten, gadeslaan.
Wil mij, Uwen naam ter eer;
Al mijn euveldaân vergeven!
Ik heb tegen U, o HEER,
Zwaar en menigmaal misdreven.
Vers 6
't Allerhoogst en eeuwig goed?
God zal Zelf zijn Leidsman wezen;
Leren, hoe hij wand'len moet.
't Goed, dat nimmermeer vergaat,
Zal hij ongestoord verwerven,
En zijn Godgeheiligd zaad
Zal 't gezegend aard'rijk erven.
Vers 7
Zielen, waar Zijn vrees in woont;
't Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden,
Naar Zijn vreêverbond, getoond.
d' Ogen houdt mijn stil gemoed
Opwaarts, om op God te letten;
Hij, die trouw is, zal mijn voet
Voeren uit der bozen netten.
Vers 8
Wees mij toch genadig, HEER;
Eenzaam ben ik en verschoven:
Ja, d' ellende drukt mij neer.
'k Roep U aan in angst en smart;
Duizend zorgen, duizend doden
Kwellen mijn angstvallig hart;
Voer mij uit mijn angst en noden.
Vers 9
Zie mijn moeite, mijn verdriet;
Neem mijn zonden, uit meêdogen,
Gunstig weg, gedenk die niet.
Zie mijn haters, daar 't getal
Vast vermeêrt van die mij vloeken,
En die rusteloos mijn val,
Heet en wrevelmoedig zoeken.
Vers 10
Maak mij niet beschaamd, o HEER,
Want ik kom tot U gevloden.
Laat d' oprechtheid meer en meer,
Met de vroomheid, mij behoên;
'k Wacht op U in mijn ellenden.
Laat Uw hand, in tegenspoên,
Israël verlossing zenden.
Achtergrond
Psalm 25 is een psalm van David, waarin hij zijn vertrouwen in God uitspreekt en Hem vraagt om hem te leiden en te beschermen. Deze psalm is geschreven in een tijd van nood en ellende, waarin David zich tot God wendt voor hulp en verlossing. Het is een psalm van vertrouwen en geloof in Gods goedheid en rechtvaardigheid.
Kernboodschap
De kernboodschap van Psalm 25 is dat God een God van goedheid en rechtvaardigheid is, die Zijn kinderen leidt en beschermt. David vraagt God om hem te leren kennen en om hem te leiden op het rechte pad. Hij erkent zijn eigen zwakheid en zondigheid, maar vertrouwt op Gods genade en barmhartigheid.
Voor vandaag
Vandaag kunnen we Psalm 25 toepassen door ons te realiseren dat God onze leidsman en beschermheer is. We kunnen ons tot Hem wenden in tijden van nood en ellende, en Hem vragen om ons te leiden en te beschermen. We kunnen ook ons eigen vertrouwen en geloof in Gods goedheid en rechtvaardigheid versterken, door te bidden en te mediteren over Zijn Woord.
Verdiepingsvragen
Hoe kan ik mijn vertrouwen in God versterken in tijden van nood en ellende?
Wat betekent het om Gods leiding en bescherming te zoeken in mijn leven?
Hoe kan ik Gods goedheid en rechtvaardigheid toepassen in mijn relaties met anderen en in mijn dagelijkse keuzes?
De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.
AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.