Psalmen over Sion en Jeruzalem

Psalm 48

Groot is de HEERE in de stad van onze God

Sion en Jeruzalem · 1773

Lezen

Vers 1

De HEER is groot; elk zing' Zijn lof
In Salems stad en tempelhof,
Waar onze God, bij zuiv're tonen
Op Zijnen heil'gen berg wil wonen.
Hoe schoon, hoe welgelegen,
Wat vreugd voor d' aard', wat zegen,
Is Sions berg! hoe groots, hoe blij,
Hoe heerlijk aan de noorderzij'!
Wie is 't, die niet de Godsstad roemt,
De stad des groten Konings noemt?

Vers 2

In haar paleizen vestigt God
Zijn troon, wordt daar erkend, een slot,
Een hoog vertrek voor 't volk te wezen;
Geen vorsten heeft men daar te vrezen.
Pas hadden zij, verbonden,
Den tocht zich onderwonden,
Pas hadden zij de stad in 't oog,
Of hun verwond'ring steeg zo hoog
Dat, Sion slechts van ver te zien,
Hen straks van schrik terug deed vliên.

Vers 3

Daar greep hen beving aan, vervaard,
Vol smart, gelijk een vrouw die baart.
Zo doet G' een oostenwind de kielen
Van Tarsis' vloot in zee vernielen.
Wij zagen, 't geen onz' oren
Voorheen slechts mochten horen,
In deze stad, den troon der eer
Van God, der legerscharen HEER.
Hij zal, door macht en kloeke daân,
In eeuwigheid haar vast doen staan.
Inzicht & verdieping
Stel een vraag

De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.

AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.