Psalm 66
Juich voor God, heel de aarde
Dankzegging · 1773
Vers 1
Den groten Schepper van 't heelal;
Zing d' eer Zijns naams met dankb're psalmen;
Verhef Zijn roem met lofgeschal.
Zeg: 'O hoe vrees'lijk zijn Uw werken!
Gij doet Uw wijdgeduchte kracht,
O God, aan al Uw haters merken,
Die veinzend buigen voor Uw macht.'
Vers 2
Het heff' de schoonste psalmen aan,
Gezangen, die Uw naam verhogen,
De glorie van Uw wonderdaân.
Komt, allen, ziet Gods wijze wegen;
Wat is Zijn werking hoog geducht,
Hetzij Hij 't mensdom met Zijn zegen
Bezoekt, of met Zijn strenge tucht!
Vers 3
En brede stromen ons een pad;
Daar rees Zijn lof op stem en snaren,
Nadat Hij ons beveiligd had.
Hij zal eeuw uit eeuw in regeren;
Zijn oog bewaakt het heidendom;
Hij zal d' afvalligen verneêren;
Hij keert hun trots' ontwerpen om.
Vers 4
O volken, heft een lofzang aan;
Hij wil ons in het leven sparen,
Ons hoeden op de steilste paân,
Voor wank'len onzen voet bevrijden.
Gij hebt ons voor een tijd bedroefd,
En ons gelouterd door het lijden,
Gelijk het zilver wordt beproefd.
Vers 5
Een enge band hield ons bekneld;
Gij liet door heerszucht ons vertreden;
Gij gaaft ons over aan 't geweld;
Hier scheen ons 't water t' overstromen,
Daar werden wij bedreigd door 't vuur;
Maar Gij deedt ons 't gevaar ontkomen,
Verkwikkend ons ter goeder uur.
Vers 6
Zal ik, genoopt tot dankbaarheid,
Verschijnen voor Zijn heilig' ogen
Met offers, aan Hem toegezeid.
Ik zal, nu ik mag ademhalen,
Na zoveel bangen tegenspoed,
Al mijn geloften U betalen,
U, Die in nood mij hebt behoed.
Vers 7
Van 't edelst' vee uit kooi en stal;
Zo worden vet en merg ontstoken,
Bij 't lieflijk rijzend lofgeschal;
Het reukwerk zal zijn geur verspreiden,
Daar ram bij ram wordt aangebracht;
'k Zal bok en rund ten offer leiden,
Opdat men z' U ter ere slacht'.
Vers 8
Gij, die den HEER van harte vreest,
Hoort, wat mij God deed ondervinden,
Wat Hij gedaan heeft aan mijn geest.
'k Sloeg heilbegerig 't oog naar boven,
Ik riep den HEER ootmoedig aan;
Ik mocht met mond en hart Hem loven,
Hem, Die alleen mij bij kon staan.
Vers 9
En haar aanlokselen bekoord,
Dan had de HEER naar mijn gebeden
En jammerklachten niet gehoord.
Maar nu, nu heeft, met gunstig' oren,
Mijn God op mijnen wens gelet;
Hij, die het al kan zien en horen,
Merkt' op de stem van mijn gebed.
Vers 10
Lof zij Gods goedertierenheid,
Die nimmer mij heeft afgewezen,
Noch mijn gebed gehoor ontzeid!
Achtergrond
Psalm 66 is een psalm van dankzegging en lof waarin de auteur God prijst voor Zijn grote werken en Zijn redding. Deze psalm wordt vaak in verband gebracht met de uittocht uit Egypte en de oversteek van de Rode Zee. Het is een lofprijzing aan God voor Zijn kracht en Zijn trouw.
Kernboodschap
De kernboodschap van Psalm 66 is dat God almachtig en trouw is. Hij is de Schepper van het heelal en Hij is degene die het mensdom beschermt en redt. De psalm roept op tot dankzegging en lof voor God's daden.
Voor vandaag
Vandaag kan deze psalm ons herinneren om dankbaar te zijn voor de grote dingen die God in ons leven doet. We kunnen ons richten op de kleine dingen wherein Hij ons ondersteunt en ons leven verrijkt. Door te loven en te prijzen, kunnen we onze focus verleggen van onze eigen krachten naar de almachtige God.
Verdiepingsvragen
Hoe kan ik Gods daden in mijn leven beter waarderen en erkennen?
Wat zijn manieren waarop ik God kan prijzen en loven in mijn dagelijks leven?
Hoe kan ik, net zoals de psalmist, anderen vertellen over Gods grote werken in mijn leven?
De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.
AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.