Psalm 17
Hoor een rechtvaardige zaak, HEERE
Gebed · 1773
Vers 1
Geschrei en goede zaak te horen;
'k Vermoei met geen bedrog Uw oren;
Dat heeft mijn lippen niet besmet.
Vergun mij dan mijn klacht t' ontvouwen;
Laat voor Uw heilig aangezicht,
Mijn recht gesteld zijn in het licht;
Uw oog de billijkheid aanschouwen.
Vers 2
Gij vondt mij trouw, in vreugd' of smarte;
De mond sprak steeds de taal van 't harte;
Door beiden is hun plicht betracht.
Wat ook de zondaar aan moog' vangen,
Ik heb voor zijn afschuw'lijk pad
Een haat, een afkeer opgevat;
Ik gruw van zijn verkeerde gangen.
Vers 3
Opdat mijn voet niet uit zou glijden;
Wil mij voor struikelen bevrijden,
En ga mij met Uw heillicht voor.
Ik roep U aan, 'k blijf op U wachten,
Omdat G', o God, mij altoos redt,
Ai, luister dan naar mijn gebed,
En neig Uw oren tot mijn klachten.
Vers 4
Gij, die Uw kind'ren wilt behoeden
Voor 's vijands macht en vrees'lijk woeden,
En hen beschermt in 't grootst gevaar.
Wil mij Uw bijstand niet onttrekken;
Uw zorg bewaak' mij van omhoog;
Bewaar m' als d' appel van het oog;
Wil mij met Uwe vleuglen dekken.
Vers 5
De bozen, die mij fier omringen,
Mijn haters, die mij stout bespringen,
En juichen om mijn naad'rend lot.
Zij zijn met vet als overtogen;
Hun mond is vol van hovaardij,
Hun list en macht omsing'len mij;
Zij duiken, loerend met hun ogen.
Vers 6
Geen jonge leeuw kan, in zijn kuilen,
Met meerder list het oog ontschuilen,
Dan hij, die mij ter prooi verwacht.
Beschaam het aangezicht dier bozen;
Uw grimmigheid vell' hen ter neer;
Bevrijd mij met Uw zwaard, o HEER,
Van 't snood geweld der goddelozen.
Vers 7
Der wereld voor hun heilgoed achten;
Geen deel, dan in dit leven, wachten,
En maken van den buik hun god;
Van hen, die weelde, schatten, staten,
Hoe rijk, hoe uitgebreid, hoe groot,
Verliezen moeten met den dood,
En hunnen kind'ren overlaten.
Vers 8
Ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen,
U in gerechtigheid aanschouwen,
Verzadigd met Uw Godd'lijk beeld.
Achtergrond
Psalm 17 is een gebedspsalm van David, waarin hij zijn vertrouwen en hoop op God uitdrukt in tijden van nood en vervolging. Historisch gezien werd deze psalm waarschijnlijk geschreven tijdens de periode van Davids ballingschap, toen hij op de vlucht was voor koning Saul. Theologisch gezien reflecteert deze psalm het thema van het vertrouwen op God als de enige redder en de rechtvaardige rechter.
Kernboodschap
De kernboodschap van PSA 17 is dat God onze enige hoop en redding is in tijden van nood en vervolging. David vraagt God om zijn gebed te horen en hem te redden van zijn vijanden, en hij vertrouwt op Gods gerechtigheid en rechtvaardigheid. Deze psalm moedigt gelovigen aan om hun vertrouwen op God te stellen en Hem te zoeken in tijden van nood.
Voor vandaag
Voor vandaag kan deze psalm ons leren om onze zorgen en nood bij God te brengen in gebed, en om te vertrouwen op Zijn soevereine macht en liefde. We kunnen PSA 17 gebruiken als een model voor ons eigen gebed, waarin we God vragen om ons te horen en te redden van onze eigen vijanden, of het nu innerlijke strijd of externe uitdagingen zijn. Door ons vertrouwen op God te stellen, kunnen we vrede en rust vinden in het midden van de storm.
Verdiepingsvragen
Hoe kan ik, net als David, mijn vertrouwen op God stellen in tijden van nood en vervolging?
Wat zijn enkele manieren waarop ik PSA 17 kan gebruiken als een model voor mijn eigen gebed?
Hoe kan ik mijn hoop en verwachting op God richten, in plaats van op de dingen van deze wereld?
De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.
AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.