Psalm 34
Proef en zie dat de HEERE goed is
Avondmaal · 1773
Vers 1
Mijn zang klimm' op naar 't hemelhof;
Mijn mond zing' eeuwig tot Zijn lof,
Om mijn gelukkig lot.
Mijn ziel, loof d' Opperheer;
't Zachtmoedig volk zal 't straks verstaan,
Door vreugd met u zijn aangedaan,
En juichen tot Zijn eer.
Vers 2
Verbreidt, verhoogt, met hart en stem,
Den nooit volprezen naam van Hem,
Die ons behoedt in nood.
Ik zocht in mijn gebed
Den HEER, ootmoedig met geween;
Hij heeft mij in angstvalligheên
Geantwoord, mij gered.
Vers 3
Zij liepen als een stroom Hem aan.
Hij liet hen nimmer schaamrood staan,
En wendde straks hun lot.
Hij die door smart op smart
Gedrukt werd, zond tot God zijn beê;
Terstond verdween 't ondraagbaar wee,
Uit zijn benepen hart.
Vers 4
Een onverwinb're hemelwacht,
Rondom hem, die Gods wil betracht;
Dus is hij wèl bewaard.
Komt, smaakt nu en beschouwt
De goedheid van d' Alzegenaar.
Welzalig hij, die, in gevaar,
Alleen op Hem betrouwt.
Vers 5
Gij, heiligen, daar g' ondervindt,
Dat hij, die God vreest en bemint,
Gebrek noch schade lijdt.
Gebrek noch schade lijdt.
In honger komt noch moed,
Noch kracht den jongen leeuw te baat,
Maar die den HEER zoekt vroeg en laat,
Mist nimmer 't nodig goed.
Vers 6
Neem mijn' getrouwen raad in acht;
Ik leer, opdat g' uw plicht betracht,
Wat 's HEEREN vreze zij.
Hebt gij in't leven lust,
In dagen, waar men 't goed' in ziet,
Waarin men vrij is van verdriet,
Waar niets ons heil ontrust?
Vers 7
Dat zij nooit schand'lijk spreek' of smaal';
Dat nooit bedrog of leugentaal
Op uwe lippen koom'.
Betreedt het rechte spoor;
Veracht het kwaad; jaagt naar den vreê.
God ziet de vromen, en hun beê
Geeft Hij altoos gehoor.
Vers 8
Op bozen, die Hem tegenstaan;
Hij doet hun naam met hen vergaan
Door 't hoogste strafgericht.
Maar Hij ziet gunstig neer
Op hem, die naar Zijn wetten leeft;
God is het, Die hem uitkomst geeft,
Zijn groten naam ter eer.
Vers 9
't Verbrijzeld en bedrukt gemoed,
Te allen tijd' nabij en goed,
In tegenheid en smart.
Veel wederwaardigheên,
Veel rampen zijn des vromen lot;
Maar uit die alle redt hem God;
Hij is zijn heil alleen.
Vers 10
Dat hij niet gans ternederstort';
Dat hem geen been gebroken word';
't Is God, die hem bewaakt.
De snode boosheid baart
Den goddeloze vloek en dood;
Daar hij, die d' onschuld stout verstoot,
Zelf schuldig wordt verklaard.
Vers 11
Zijn volk, dat op Zijn hulp vertrouwt.
Het zal, door Hem in gunst beschouwd,
Niet schuldig zijn verklaard.
Achtergrond
Psalm 34 is een lofpsalm geschreven door koning David, waarin hij Gods goodness en redding prijst. Het thema van het Avondmaal komt naar voren in de oproep tot gelovigen om God te smaken en te genieten van Zijn goedheid. Deze psalm is geschreven in een tijd van vervolging en moeilijkheden, waarin David zijn vertrouwen in God uitspreekt.
Kernboodschap
De kernboodschap van Psalm 34 is dat God degenen die Hem vrezen en beminnen beschermt en redt. De psalm roept gelovigen op om God te smaken en te genieten van Zijn goedheid, en om te vertrouwen op Zijn redding. Dit thema is relevant voor het Avondmaal, waarin gelovigen Gods liefde en offerdood vieren.
Voor vandaag
Vandaag kunnen we deze psalm toepassen door te vertrouwen op Gods goede plan en Zijn bescherming. We kunnen ons hart openstellen voor Gods liefde en genade, en ons vertrouwen op Hem stellen in tijden van moeilijkheden. Door ons te focussen op Gods goedheid en Zijn liefde, kunnen we een diepere relatie met Hem opbouwen en Zijn aanwezigheid in ons leven ervaren.
Verdiepingsvragen
Hoe kan ik mijn vertrouwen in God verdiepen in tijden van moeilijkheden?
Wat betekent het om God te 'smaaken' en te genieten van Zijn goedheid?
Hoe kan ik mijn hart openstellen voor Gods liefde en genade in mijn dagelijks leven?
De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.
AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.