Psalm 35
Zij vergelden mij kwaad voor goed
Vriendschap en verraad · 1773
Vers 1
Ga mijn bestrijd'ren toch te keer;
Wil spies, rondas en schild gebruiken,
Om hun gevreesd geweld te fnuiken;
Belet hun d' optocht, treed vooruit;
Zo worden z' in hun loop gestuit.
Vertroost mijn ziel in haar geween,
En zeg haar 'k Ben uw heil alleen.
Vers 2
Die mij zo wreed naar't leven staan;
Zo worden z' achterwaarts gedreven,
En rood van schaamte; doe hen beven,
Die kwaad verzinnen tegen mij;
Dat al hun list verijdeld zij;
Verstrooi hen, als de wind het kaf;
Gods engel drijv' hen van mij af.
Vers 3
In duisternis, op gladde paân;
En, daar Gij zijt op hen verbolgen,
Moet, HEER, Uw engel hen vervolgen.
Zij hebben, in hun listigheid,
Een kuil, een net, voor mij bereid;
En, schoon ik nimmer hun misdeed,
Steeds lagen voor mijn ziel gesmeed.
Vers 4
Door ramp op ramp te niet gebracht;
Hij moog', in eigen net gevangen,
Het loon van zijn bedrijf erlangen;
Zo vall' hij in den kuil, weleer
Voor mij geschikt, verslagen neer;
Dan zal mijn ziel, verheugd in God,
Steeds juichen in haar heilrijk lot.
Vers 5
'Wie, wie is U gelijk, o HEER?'
U, Die van d' overmacht der sterken
De zwakken redt door wond're werken;
Die, voor der roov'ren woed' en zwaard,
't Nooddruftig volk getrouw bewaart?
Gij weet, hoe vals men mij belaagt,
En onverdiend ter vierschaar daagt.
Vers 6
Vergeldt mij wreev'lig kwaad voor goed.
Maar ik, hem ziend' in krankheid zuchten,
Nam deel in al zijn ongenuchten.
Ik vastte, met een zak omgord;
'k Had mijn gebeden uitgestort;
Ik ging in't zwart, met rouwmisbaar,
alsof 't mijn vriend, mijn broeder waar'.
Vers 7
Als een, die om zijn moeder treurt;
Maar als ik moest met rampen strijden,
Verheugden zij zich in mijn lijden.
Zij kwamen schielijk op mij af,
Eer iets mij zulks te kennen gaf.
Elk spotte met mijn zielsverdriet;
Hun valse tong bedwong zich niet.
Vers 8
Wien 't huich'lend spotten eigen is,
Wier lastertaal mij snood onteerde,
Was vreugd om 't onheil, dat mij deerde.
Hoe lang zult Gij zulks zien, o God?
Vergun mijn ziel een beter lot;
Verlos haar, door Uw sterke hand,
Uit dezer leeuwen klauw en tand.
Vers 9
Van 't grote volk, Uw Majesteit
d' Erkent'nis van mijn hart bewijzen;
'k Zal U voor aller ogen prijzen.
Dat zij dan, die mij zonder reên
Vervolgen, om mijn tegenheên
Niet juichen, noch in hunnen waan,
Op mij hun schimpend' ogen slaan.
Vers 10
Maar zij bedenken listigheên,
Ten val van hen, die, stil van zinnen,
Den vrede, 't dienstbaarst pand, beminnen.
Zij bassen m' aan met open mond;
Hun schimptaal, die mijn ziel doorwondt,
Bespot mijn leed; zij zijn verheugd
Op 't zien van al mijn ongeneugt'.
Vers 11
Uw recht beslisse mijn geschil;
Ontwaak, treed toe tot mijn bescherming;
Mijn God, betoon mij Uw ontferming;
Doe mij, o hoogste Majesteit,
Eens recht naar Uw gerechtigheid;
En laat die wreden, dag aan dag,
Niet juichen om mijn droef geklag.
Vers 12
"Geluk, mijn ziel, hij is benard!"
Men hore nimmer uit hun monden:
"Wij hebben hem in 't eind verslonden!"
Wil hen veeleer met schand' belaân,
Om al den smaad, mij aangedaan;
Opdat mijn trotse weêrpartij,
Zich niet verheffe tegen mij.
Vers 13
Om mijn gerechtigheid verblijd,
Dien lust, dien ijver nooit bedwingen;
Maar zeggen, onder 't vrolijk zingen:
"Verheerlijkt zij de hoogste God;
Hij schenkt Zijn knecht een vreedzaam lot!"
Dan meldt mijn tong, met diep ontzag,
Uw recht, Uw lof den gansen dag.
Achtergrond
Psalm 35 is een gebed van David waarin hij Gods hulp zoekt tegen zijn vijanden en hen die hem valselijk beschuldigen. De psalm heeft zijn wortels in de Israëlitische geschiedenis waarin de strijd tegen vijanden en de verdediging tegen beschuldigingen een grote rol speelde. Theologisch gezien richt de psalm zich op het thema van Gods gerechtigheid en de belofte van verlossing voor de rechtvaardigen.
Kernboodschap
De kernboodschap van Psalm 35 is dat Gods gerechtigheid uiteindelijk zal zegevieren over het kwaad en dat de rechtvaardigen kunnen vertrouwen op Gods verlossing. De psalm roept op tot vertrouwen in Gods macht en rechtvaardigheid, zelfs in tijden van grote moeilijkheid en vervolging. De psalm benadrukt ook het belang van loyaliteit en eerlijkheid in relaties.
Voor vandaag
Vandaag de dag kan deze psalm nog steeds troost en inspiratie bieden voor mensen die te maken krijgen met vijandschap, valsheid en verdrukking. De psalm moedigt aan om te vertrouwen op Gods kracht en gerechtigheid, en om te blijven getuigen van Gods liefde en barmhartigheid zelfs in moeilijke omstandigheden. Door de psalm te bidden en te reflecteren, kunnen gelovigen hun relatie met God en anderen verdiepen.
Verdiepingsvragen
Hoe kan ik Gods gerechtigheid en verlossing ervaren in mijn eigen leven, zelfs in tijden van moeilijkheid en verdrukking?
Wat zijn enkele manieren waarop ik mijn vertrouwen in Gods kracht en rechtvaardigheid kan versterken en verdiepen?
Hoe kan ik, net als David, Gods eerlijkheid en trouw vasthouden in mijn relaties met anderen, zelfs wanneer ik te maken krijg met vijandschap en valsheid?
De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.
AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.