Psalm 38

Vers 1

In uw boosheid, HEER, bewaar mij.
Straf niet, spaar mij.
Pijnlijk drukt uw hand mij neer.
Heel mijn lichaam is geschonden
om mijn zonden.
Ik verdraag mijn schuld niet meer.

Vers 2

Al mijn wonden stinken, zweren.
Zwarte kleren
kleven aan mijn zieke huid.
Mijn ontstoken ingewanden
voel ik branden;
zwak en moe schreeuw ik het uit.

Vers 3

HEER, U kent mijn hartsverlangen,
al mijn bange
hulpgeroep tot U alleen.
Zelfs mijn vrienden gaan mij mijden
in mijn lijden.
Lastertaal klinkt om mij heen.

Vers 4

Wie mij kwellen, wie mij haten,
laat ik praten,
ook al gaan ze fel tekeer.
Met mijn allerlaatste krachten
blijf ik wachten
totdat U mij antwoordt, HEER.

Vers 5

Geef dat ik niet uit zal glijden
in het lijden
dat mij altijd vergezelt.
Angstig voel ik mij en nietig,
diep verdrietig
om de zonde die mij kwelt.

Vers 6

Al mijn vijanden zijn krachtig,
mij te machtig;
ze zijn vol van blinde haat.
Laat hen, HEER, hun zin niet krijgen.
Blijf niet zwijgen.
Red mij, steun en toeverlaat!
Tekst: Arie Maasland
© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden
Verwante psalmen