‘Ze onderdrukten mij van jongs af aan’
– laat Israël daarover blijven spreken:
‘Vaak moest ik martelingen ondergaan.
Toch wisten ze mijn krachten niet te breken.’
Vers 2
Zoals een ploeg het akkerland doorsnijdt,
zo pijnigden ze mij: mijn rug ligt open.
Maar God, die eerlijk is, heeft mij bevrijd;
met mijn belagers is het afgelopen.
Vers 3
Laat iedereen die Sions burgers haat
beschaamd en angstig worden weggedreven,
worden als gras dat op de daken staat;
er klinkt geen zegengroet meer in hun leven.