Psalm 64

Vers 1

Behoed mij, Heer, hoor naar mijn klagen!
De vijand trekt mij tegemoet.
Al wat er woelt en onrecht doet
is tegen mij, legt mij zijn lagen.
Doe redding dagen!

Vers 2

Hun tong is als een scherpe degen,
hun woord is als een pijl gepunt
op mijn onschuldig hart gemunt.
Zij zijn in hinderlaag gelegen
langs al mijn wegen.

Vers 3

Zij zeggen: "Laat ons strikken spannen,
geen ziet ze, geen die ons verraadt!"
Zij zijn voortdurend uit op kwaad
en pochen op hun slinkse plannen
mij t' overmannen.

Vers 4

Wie zal hun listig hart doorgronden?
- Daar treedt de Heer hun tegemoet.
Hoe zijn zij in hun overmoed
door zijn geduchte pijl gevonden!
Zie toch hun wonden!

Vers 5

Het vlijmscherp wapen dat zij smeedden,
hun tong, het werktuig van hun macht,
heeft nu henzelf ten val gebracht.
God sloeg hen, zij zijn zonder vrede -
door elk gemeden.

Vers 6

Lof zij de HEER! Laat elk Hem vrezen
en spreken van zijn grote daad.
Oprechten mogen vroeg en laat
schuilen bij Hem en vrolijk wezen.
God zij geprezen.
Verwante psalmen