Psalmen menu
Psalm 130
Kies een berijming om te vergelijken
Berijming laden...
Vers 1
Uit diepe, donk're dalen,
waar ik niet weet te gaan,
maar moedeloos moet dwalen,
roep ik, o God! U aan.
O HEERE, hoor mijn smeken,
mijn schreien in mijn smart.
Verhoor – mijn tranen spreken
van een verbroken hart.
waar ik niet weet te gaan,
maar moedeloos moet dwalen,
roep ik, o God! U aan.
O HEERE, hoor mijn smeken,
mijn schreien in mijn smart.
Verhoor – mijn tranen spreken
van een verbroken hart.
Vers 2
Zult U al de gebreken
en zonden gadeslaan,
wie zal dan 't hoofd opsteken,
voor U, o God! bestaan?
Maar nee, U bent genadig,
zodat U schuld vergeeft,
opdat de mens gestadig
U vreest en voor U leeft.
en zonden gadeslaan,
wie zal dan 't hoofd opsteken,
voor U, o God! bestaan?
Maar nee, U bent genadig,
zodat U schuld vergeeft,
opdat de mens gestadig
U vreest en voor U leeft.
Vers 3
Mijn hoop staat op de HEERE
Mijn ziel verwacht met smart
Hem Die mij wil bekeren;
Zijn woord vernieuwt mijn hart.
Ik wacht met groter zorgen
op God, uit 's harten grond,
dan wachters op de morgen,
ja, op de morgenstond.
Mijn ziel verwacht met smart
Hem Die mij wil bekeren;
Zijn woord vernieuwt mijn hart.
Ik wacht met groter zorgen
op God, uit 's harten grond,
dan wachters op de morgen,
ja, op de morgenstond.
Vers 4
Laat Israël verwachten
en hopen in zijn nood
op God, want Zijn gedachten
zijn goed; Zijn heil is groot.
Hij zal Zijn volk doen leven
uit goedertierenheid
en Israël vergeven
zijn ongerechtigheid.
en hopen in zijn nood
op God, want Zijn gedachten
zijn goed; Zijn heil is groot.
Hij zal Zijn volk doen leven
uit goedertierenheid
en Israël vergeven
zijn ongerechtigheid.
Meeuse
—
Verwante psalmen
Isometrisch
Ritmisch
Muziek: pcorgel.nl