Psalm 122

Vers 1

Hoe sprong mijn hart hoog op in mij,
toen men mij zeide: ?Gord u aan
om naar des Heeren huis te gaan !
Kom ga met ons en doe als wij !?
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in,
u, Godsstad, mogen wij ontmoeten !
Jeruzalem, van ver aanschouwd,
wel saamgevoegd en welgebouwd,
o schone stede, die wij groeten.

Vers 2

Hoe zijn de stammen opgegaan !
Hier gingen ons de voeten voor
der pelgrims, die de Heer verkoor,
hier, waar uw heil'ge muren staan !
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in
naar 's Heeren woord, om zijns naams ere !
Zo is het Israël gezegd:
hier zijn de zetels van het recht,
de troon, waar David zal regeren !

Vers 3

Bidt heil toe aan dit Vredesoord:
dat die u mint bevredigd zij,
dat vrede in uw wallen zij,
gezegend zij uw muur en poort !
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in
om u met vrede te ontmoeten !
Om al mijn broeders binnen u,
om 's Heeren tempel wil ik u,
o stad van God, met vrede groeten.
Verwante psalmen