God is Koning, Hij sticht zijn heerschappij.
Volken, hoort zijn stem. Buigt u, beeft voor Hem,
die met macht gekroond op de cherubs troont.
Aarde, word bewogen, beef voor zijn vermogen.
Vers 2
God, die recht gebood, is in Sion groot;
van zijn troon belacht Hij der volken macht.
Hoog en zeer geducht, heilig en doorlucht
is uw naam, o Heere; laten zij die eren !
Vers 3
Niet op bruut geweld hebt G' uw macht gesteld.
Gij o Koning, zegt: Ik bemin het recht.
Onder uw beleid heerst gerechtigheid;
uw verbond heeft leven aan uw volk gegeven.
Vers 4
Maakt Hem altezaam groot, verheft zijn naam.
Buigt u voor Hem neer, knielt voor Isrels Heer.
Aan zijn voeten reik Hem uw huldeblijk.
Heilig, hoog in ere is de Heer der heren.
Vers 5
Mozes trad in 't licht voor zijn aangezicht
met A?ron saam, priesters in Gods naam.
Ook verhief tot Hem Samu?l zijn stem.
Waar Hij werd aanbeden schonk de Heer zijn vrede.
Vers 6
In een dichte wolk sprak Hij tot zijn volk.
Wat Hij metterdaad openbaarde, staat
in hun hart gegrift als zijn heilig schrift.
't Woord, door God gegeven, is voor hen het leven.
Vers 7
Heere onze God, bitter was hun lot.
Gij hebt hen verhoord, ja Gij gaaft uw woord.
Uw vergiffenis was voor hen gewis.
Gij zijt vol genade, ook al wreekt Gij 't kwade.
Vers 8
Maakt Hem nu tezaam groot, verheft zijn naam.
Buigt u voor Hem neer, Hij is onze Heer,
die met macht gekroond op de Sion troont.
Houdt Hem hoog in ere ! Heilig is de Heere.