Waarlijk, dit is rechtvaardig dat men den Heere prijst,
dat men Hem eer bewijst: zijn naam is eerbied waardig.
Wij loven in de morgen uw goedertierenheid,
ook als de nacht zich spreidt houdt ons uw hand geborgen.
Gezegend zal Hij wezen die ons bij name riep,
die zelf de adem schiep waarmee Hij wordt geprezen;
laat alom musiceren, met stem en instrument,
maak wijd en zijd bekend de grote naam des HeereN.
Gij hebt mij door uw daden, o Heere God, verheugd.
Mijn hart is vol van vreugd, ik juich om uw genade.
Hoe groot zijn uwe werken, de werken uwer hand,
Gij houdt het volk in stand. Gij zult hun hart versterken.
Hoe diep zijn uw gedachten ! Geen dwaas die dat verstaat:
als onkruid groeit het kwaad;/hoe lang zult Gij nog wachten?
Zie toch, aan alle zijden plant zich het onrecht voort,
het bloeit haast ongestoord, niemand komt tussenbeide.
Maar Gij, de Allerhoogste zolang de wereld is -
werkers der duisternis zult Gij de dood doen oogsten.
Uw tegenstanders, Heere, zullen als kaf vergaan;
ten oordeel opgestaan zult Gij de vijand keren.
Gij zult de eer verhogen van wie vernederd wordt,
uw kracht is uitgestort, uw licht verlicht de ogen.
Mijn ziel zal zich verblijden: daar ligt terneergeveld
al wie zich met geweld vergreep aan Gods bevrijden.
Zoals de cederbomen hoog op de Libanon,
staan bij de levensbron de nederige vromen.
Die in Gods huis geplant zijn, zij bloeien in Gods licht
als palmen opgericht. Hun lot zal in zijn hand zijn.
Zij zullen vruchten dragen voor 's Heeren heiligdom
tot in hun ouderdom, tot in hun grijze dagen.
Welsprekend is hun leven: God is hun heil, hun rots !
Ik loof de daden Gods, zijn recht is hoog verheven.