Zo haast als ik hore spreken: Welaan, laat ons allen zeer zaan In dat huis onzes Heeren gaan, Met vreugd is mijn hart ontsteken, Dat ons voeten zullen hiernaar Staan binnen de poorten eerbaar Van Jeruzalem wel gestichtet. Jeruzalem is gebouwd vast, En door vrede samengepast, En tot een stad Gods fijn gerichtet.
Vers 2
Daar zal dat volk komen te zaam, De stammen Israëls meteen, Om God te prijzen in 't gemeen. Naar Zijn lieflijk gebod bekwaam. Dat is de plaatse, die God goed David geeft, en wil dat men doet Recht en gerechtigheid daar binnen. Laat ons wensen Jeruzalem Geluk; het moet ook welgaan hem, Die onzes Gods stad zal beminnen.
Vers 3
Binnen Uw muren wonen zal Liefde, vrede met enigheid. De huizen en paleizen breid Zijn vol van Gods zegening al. Om den wil der broederen mijn, En der vrienden die binnen zijn, Wens ik u vreed' in alle hoeken, Omdat ook Gods tempel zeer rein Staat binnen uw muren niet klein, Wil ik steeds uwen voorspoed zoeken.