De Heer heeft gesproken tot mijnen Heere: Zet U nu fijn tot Mijne rechterhand, Totdat Ik Uw vijanden met onere Tot enen voetbank maak in 't ganse land.
Vers 2
God zal den scepter van Uw koninkrijke Uit Sion strekken over d' aarde breed; En Hij zal tot u spreken desgelijke: Heerset over al Uw vijanden wreed.
Vers 3
Vrijwillig zal 't volk geschenk doen met vrede, Op den dag van Uwe kroninge fijn; Gelijk de dauw rijkelijk valt beneden, Zullen U veel kind'ren geboren zijn.
Vers 4
God heeft met ernst gezeid ende gezworen Met enen eed, die vast'lijk zal bestaan. Gij zijt een eeuwig Priester uitverkoren, Naar Melchizedeks ordening voortaan.
Vers 5
Tot Uwe rechterhand zal God verderven Al Uwe vijanden met grote kracht; De boze koningen zal Hij doen sterven, Ter tijd Zijner gramschap met volle macht.
Vers 6
Hij zal Hem ook aan de heidenen wreken, En 't land vol maken met lichamen dood; En eindelijk dat hoofd gans in stukken breken, 't Welk nu heerset over veel landen groot.
Vers 7
Ja, Hij zal ook op den weg uit de beken Haast drinken van 't lopende water klaar; En zal daarna Zijn hoofd heerlijk opsteken, En hebben de overwinning eenpaar.