Die op den Heere vast betrouwen, Die zullen niet vergaan, Maar eeuwig blijven staan, Ja zo vast in alle benauwen, Als de bergen van Sion plegen, Zonder bewegen.
Vers 2
Gelijk Jeruzalem rondomme Met bergen is bevrijd, Zo zal ook t' allen tijd God Zijn kind'ren te hulpe kommen In hare nood, naar Zijn oorkonden, Tot allen stonden.
Vers 3
God zal niet altijd laten 't leven Der zijnen, in de hand Van den wreden tyrant; Opdat hen de vromen niet geven Tot kwaad, en de hand niet uitsteken Tot veel gebreken.
Vers 4
Help, Heer, de vromen vroeg en spade; Maar straf de mensen loos, Die gaan in wegen boos, Met hen, die lust hebben in 't kwade; Doch Israël zal hebben vrede, En voorspoed mede.