Psalm 125

Vers 1

Die op den Heere vast betrouwen,
Die zullen niet vergaan,
Maar eeuwig blijven staan,
Ja zo vast in alle benauwen,
Als de bergen van Sion plegen,
Zonder bewegen.

Vers 2

Gelijk Jeruzalem rondomme
Met bergen is bevrijd,
Zo zal ook t' allen tijd
God Zijn kind'ren te hulpe kommen
In hare nood, naar Zijn oorkonden,
Tot allen stonden.

Vers 3

God zal niet altijd laten 't leven
Der zijnen, in de hand
Van den wreden tyrant;
Opdat hen de vromen niet geven
Tot kwaad, en de hand niet uitsteken
Tot veel gebreken.

Vers 4

Help, Heer, de vromen vroeg en spade;
Maar straf de mensen loos,
Die gaan in wegen boos,
Met hen, die lust hebben in 't kwade;
Doch Israël zal hebben vrede,
En voorspoed mede.
Tekst: Petrus Datheen
Verwante psalmen