Psalm 131

Vers 1

Mijn hart is, Heer, in groot eenvoud
Ootmoedig; ook en zijn niet stout
Mijn ogen; ik durf niet bestaan
Dingen die mij te boven gaan.

Vers 2

Heb ik mijn boze lusten wild
Niet overwonnen en gestild?
Heb ik mij alzo niet verkleend,
Als een kind dat de moeder speent?

Vers 3

Heb ik mij niet gelijk, o Heer,
Geacht, als een kindeke teer?
Ja als een gespeend kind zeer fijn,
Met recht mag ik verstoten zijn.

Vers 4

Israël zal van nu voortaan
Op den Heer zijnen God vast staan
En hopen op Zijn goedigheid
Van nu tot in der eeuwigheid.
Tekst: Petrus Datheen
Verwante psalmen