Psalm 54

Vers 1

Och, Heer almachtig, help toch mij,
Door Uwen Naam en sterkte krachtig;
Neem mijn zaak aan, wees mijns gedachtig,
Laat Uwe macht verschijnen vrij.
't Gebed dat ik nu doe, verhoor;
Wil, Heer, neigen tot mij Uw oren,
Opdat Gij moogt goediglijk horen
De woorden, die ik brenge voort.

Vers 2

Met een wreed harte, zo elk ziet,
Komen mij nu toe mijn vijanden;
Naar mijn leven zijn ze gestanden,
Zij hebben God voor ogen niet,
Nochtans doet God mij onderstand
Door hulp, die Hij mij heeft bewezen;
Hij is bij mij in allen dezen
En onderhoudt mij met Zijn hand.

Vers 3

Hij is 't, die daar doet vallen zwaar
Op mijn vijanden al Zijn plagen;
Als zij van Hem werden verslagen,
Dan werd Uwe trouw openbaar.
Dan zal ik vrijwillig, o Heer!
Een vrolijk offer U toebringen;
Uwen naam lovende met zingen,
Die vol goedheid is en vol eer.

Vers 4

Gij heb mij uit nood ende pijn
Verlost, en mij laten aanschouwen
Mijnen lust in dat zwaar benauwen,
En de straf der vijanden mijn.
Tekst: Petrus Datheen
Verwante psalmen