Laat nu God geprezen zijn, In Zijn heiligdom zeer fijn. Geloofd zij Hij en geacht Uit den hemel vol van kracht In heerlijkheid hoog verheven. Looft Hem in Zijn werken rein, Die Hij gewrocht heeft allein, Die van Zijn macht tuignis geven.
Vers 2
Van harten lovet toch Hem Ook met der bazuinen stem En met der psalteren toon, Met trommels en harpen schoon: Wilt Zijnen lof en prijs zingen, Met der fluiten zoet geklank En der orgelen gezang, Laat Zijn ere nu voortbringen.
Vers 3
Zijn goedheid zij openbaar Gemaakt door 't geluid zeer klaar Der cymbalen, t' allen tijd, Welke zeer breed ende wijd Zijns Naams eer moeten bewijzen. Dies alles wat daar nu leeft, Dat zich roert en adem heeft Moet onzen God heerlijk prijzen.