Ziet hoe fijn en lieflijk is 't alle stonden, Dat broeders in eendrachtigheid bevonden, Samen wonen in vrede goed. Zulks is gans'lijk gelijk een balsem zoet, Die op dat hoofd A?rons was zeer klaar Uitgestortet in 't openbaar.
Vers 2
Die van zijn hoofd liefelijk nederdaalde In zijnen baard, zodat zij ook niet faalde In den boord zijner kleding rein. De vreed' is den dauw gelijk in 't gemein, Die op Hermon en Sions berg eenpaar Valt, en 't land omher maakt vruchtbaar.
Vers 3
Zo zal de vreedzame gemeente wezen, En ondervinden Gods goedheid geprezen, Tot allen tijden voor en naar.